Uw ogen kijken, uw hersenen zien!

Licht reist in rechte lijnen. Het oog heeft als taak om via het hoornvlies (cornea) en de ooglens achter de iris (gekleurde deel van het oog) het licht te buigen en samen te brengen tot een klein brandpunt op het centrale gedeelte (fovea) van het netvlies dat achterin het oog ligt. Daar wordt licht omgezet in elektrische impulsen. Deze worden naar de hersenen gestuurd en dan tot een afbeelding omgezet. U kijkt dus met uw ogen, maar ziet met uw hersenen.

Afwijkingen van het oog

In ogen met onderstaande afwijkingen ontstaat er geen scherp brandpunt waardoor het licht niet goed samengebracht wordt op de fovea. 

  • bijziendheid (dichtbij goed zien, veraf slecht)
  • verziendheid (dichtbij slecht zien, veraf goed)
  • astigmatisme / cilinder (kromming van het oog)
  • aberraties (kleine lichtverstrooiingen in het oog. Een laserbehandeling met extra Wavefront toevoeging kan lichtverstrooiing soms verminderen)
  • Presbyopie (ouderdomsverziendheid na het 45e levensjaar)

Op uw brilrecept kunt u precies aflezen wat voor afwijking uw ogen hebben.

Oplossingen om beter te zien

Iedereen kent natuurlijk een bril of contactlenzen als oplossing om beter te kunnen zien. Sinds 1990 kunnen de meeste afwijkingen ook behandeld worden door een ooglaserbehandeling of door het plaatsen van een implantlens in het oog.

Elke ooglaserbehandeling wijzigt de vorm van het hoornvlies zodat alle lichtstralen weer precies samenvallen achterop het netvlies.

De lagen van het hoornvlies

Onderstaand een doorsnede van de verschillende lagen van het hoornvlies. Elke ooglaserbehandeling is gebaseerd op het principe om in het stroma weefsel te verdampen en op die manier de vorm van het hoornvlies te veranderen

hoornvlies_stroma